fotoHenk2011

Henk Boogaard

 

Actueel:

14 - 12-2010: Lid rekenkamercommissie gemeente Nieuwegein

Informatief

Informatie Waterschap Rijn en IJssel

 

 

Humor

 

 

Fotoos

Foto's bezoek aan Moskou

Bezoek delegatie gemeente Opsterland

 

Links

U zoekt een speelzaal in Bronckhorst?

Klik op logo

SPSB-logo

 

Basketballvereniging Hanzestars

klik op logo

Logo Hanzestars

 

 

 

 

 

Foto's U20

10-01-2009
Give and Go

25-01-2009
E.S.C.A.

07-03-2009
V.B.V. 1

Foto's U18

24-01-2009
Wildcats

Mixtoernooi

16 mei 2009

 

Nog een paar hobby's

Klik op logo's

gemeente logo

PvdAlogo

Voor advies:

Klik op logo

BC

 

Stuur een mail

 

Bijgewerkt 19-02-2011

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lid Rekenkamercommissie Nieuwegein

De gemeenteraad van de Utrechtse gemeente Nieuwegein heeft mij op 14 december 2010 benoemd tot lid van haar Rekenkamercommissie. Een hele eer om vanuit deze functie een bijdrage te mogen leveren aan het verbeteren van het functioneren van de lokale democratie. Mijn ervaring als voormalig lid van enkele gemeenteraden is dat je vaak (te) druk bent met de waan van de dag. Je komt onvoldoende toe aan zaken die echt belangrijk zijn. De rekenkamercommissie kan belangrijke onderwerpen die wat naar de achtergrond zijn geschoven weer voor het voetlicht brengen waardoor ze weer op de politiek agenda kunnen verschijnen. Belangrijk is dat de gemeenteraad de Rekenkamercommissie als bondgenoot ziet,en niet als tegenspeler. Een bondgenoot die ook de gemeenteraad de waarheid durft te zeggen. Maar wel altijd met het doel om het functioneren van de gemeenteraad, in het belang van alle inwoners, te verbeteren.

 

De windeieren van Arend Jan Boekestijn

Op weg naar Emmer Compascuum, in een trein uit de jaren ’50, las ik in de papierenversie van dagblad De Pers een interview met Arend Jan Boekestijn. Arend Jan, een praatgrage flapuit, heeft eens als Tweede Kamerlid van de VVD uit de school geklapt over een theevisite met de koningin. Het instituut koningshuis is weliswaar in belangrijkste functies achterhaald, maar vervult in ons bestuurlijke bestel, rond de hectiek van kabinetsformaties, hoe vreemd ook, een katalyserende functie. De beslissingen van de niet gekozen “vorst” worden als absoluut en niet voor beroep vatbaar beschouwd. Een soort laatste ankerpunt in onze samenleving en met name in ons politieke bestel. Andere ankerpunten in onze beschaving worden steeds meer met voeten getreden. Zo lijkt onze vermeende hang naar het vrije woord zo groot dat we daarvoor tolereren dat we grote groepen van onze medemensen straffeloos mogen schofferen en hun grondrechten met voeten treden. We lijken te accepteren dat zelfs straffeloos de fundamenten van onze samenleving en de personen die zich daarvoor inzetten worden beschimpt, tot rechters aan toe. Normen en waarden lijken de afgelopen 8 jaar geheel verdwenen. Hoe diep kunnen we zinken dat we zelfs dit zonder grote protestacties accepteren en ook via de pers doen of dit opeens normaal is. Maar dit terzijde.

Arend Jan heeft volgens sommigen een politieke doodzonde begaan. Want hij heeft gezegd dat onze koningin een aardige en intelligente vrouw is die zich zorgen maakt over ontwikkelingen in onze samenleving. Dat mag niet. Dan moet je onmiddellijk het politieke speelveld verlaten. Zeker als je al eens eerder van een collega-partijlid met ambitie hebt gezegd dat hij niet uitblinkt in visie. Deze laatste heeft het warempel geschopt tot hoogste bestuurlijke baas in Nederland. Hij heeft om ons land te gaan besturen samen met twee anderen aan de rechterzijde van ons politieke firmament een tweetal documenten gemaakt. In beide documenten laat hij zien dat Boekestijn er met zijn visieopmerking niet zo naast zit. In het ene stuk ontbreekt alle visie op hoe het met ons land verder moet, maatschappelijk, economisch, bestuurlijk en ook niet op het gebied van normen en waarden. Het is een wat onsamenhangend samenraapsel van oude stokpaardjes en losse ideetjes en zoethoudertjes voor de PVV, de partij die het minderheidskabinet gaat gedogen omdat deze persoon niet in staat is samen te werken met de meerderheid van ons parlement. Het andere document, schijnheilig genoemd het gedoogakkoord, zijn de oogkleppen voor het CDA en moet het mogelijk maken voor deze partij om op het pluche te blijven. In ruil voor de zoethoudertjes gaat de PVV dit visieloze beleid gedogen. Ja, ja, hoe diep moet je gaan om aan de macht te komen. Jezelf openlijk tot marionet verklaren en dan ook nog doen of je eigen baas bent. De fractie van het CDA is – deels met grote tegenzin en na last en ruggespraak, om. Een aantal oprechte CDA-ers in de fractie en in het land in grote gewetensnood achterlatend. Een pyrrhusoverwinning van de voorzitter? De tijd zal het leren.

Lachende derde is Arend Jan Boekestijn. Nu iedereen de weg kwijt lijkt, wordt in onze nieuwtjes- en opiniefabriek gezocht naar nieuwe mensen met visie. Boekestijn heeft twee keer gelijk gehad, en men is bereid om hem daarvoor vorstelijk te belonen. Ik verdien nu drie keer zoveel als toen ik kamerlid was, flapt hij in het interview uit. Natuurlijk is hij blij met dit kabinet, en dat draagt hij uit. Met de nodige weinig verheffende sneren naar de oppositie. Zolang iedereen de weg kwijt is, is meester blaaskaak koning. Hij legt volop windeieren en deze veranderen voor hem ook nog eens in baar goud. Van hem zal het kabinet lang mogen blijven zitten. Hij droomt al van de lievelingsauto van Fortuyn, een Bentley.

 

Jasper

Een nieuwe generatie is voor ons een feit. Onze oudste dochter Marije en haar man Michel hebben ons definitief in een volgende levensfase doen belanden. We zijn sinds 1 april 2010 opa en oma. Jasper is de naam van ons eerste kleinkind. Niet alleen een mooie naam, maar het is ook een prachtige jongen. Voor mij is het wel wat onwennig. Ik ben er blij mee, maar verder kan ik er nog weinig mee. Het is in mijn ogen voorlopig nog een hulpbehoevend wezen. Vooralsnog is het de zorg voor vader en moeder om hun zoon veilig en gezond door de eerste levensjaren te loodsen. Als het brein van Jasper zover is dat hij dingen en mensen herkent en kan plaatsen wordt het voor opa´s interessanter. Dus nog even wachten. Eerst zijn de oma´s aan de beurt want die hebben meer affiniteit met hulpbehoevende babies.

 

Verhuisd

Na 7 mooie jaren te hebben gewoond in een voormalige boerderij op het landgoed Hackfort zijn we weer in een dorp gaan wonen, nu in het dorp Ruurlo dat deel uitmaakt van de gemeente Berkelland. In de helft van een twee onder één kapper. Voor sommigen kwam deze verandering als een grote verrassing. Hoe kun je zo'n mooie stek laten schieten. Mooi landelijk wonen heeft ook een keerzijde. Het vraagt een grote tijdsinvestering om alles te verzorgen, alle planten en dieren en om de omgeving leefhaar te houden. In alles te onderhouden. Je wordt gekluisterd aan je woonplek. Wij wilden wat meer vrijheid. Minder duur wonen. Makkelijker een poosje weg kunnen. Maar wel blijven wonen in de mooie Achterhoek. Onze nieuwe woonplek past in die filosofie. We zijn klaar voor weer een nieuw hoofdstuk in ons levensverhaal.

 

11 maanden Millingen aan de Rijn

In Millingen aan de Rijn ben ik per 1 mei 2009 door de gemeenteraad als een soort interim wethouder aangesteld om tussen het vertrek van mijn voorganger en tot de gemeenteraadsverkiezingen / benoeming van nieuwe interne wethouders in 2010, de gemeente mede te besturen. Achteraf gezien een periode waarin veel voor de Millingse gemeenschap is gebeurd. Vanaf het begin was er een zeer collegiale verhouding binnen het college. De samenwerking met de gemeenteraad was goed. En de nieuwe organisatie (de organisaties van Millingen aan de Rijn en Groesbeek zijn per 1 juli 2009 samengevoegd) heeft de taken voor Millingen aan de Rijn op voorvarende en zeer deskundige wijze opgepakt. In korte tijd zijn veel knelpunten zichtbaar gemaakt en zijn door college en raad besluiten genomen om verbeteringen te realiseren. Lopende plannen zijn tegen het licht gehouden en gewogen op realisme en haalbaarheid. Als ze te licht zijn bevonden zijn ze gestopt. Het pakket projecten is meer afgestemd op de Millingse maat. Het accent is verschoven naar de echte knelpunten: betaalbaar wonen voor de traditionele millingenaar, verbeteren van de sportvoorzieningen en versterken van het centrum. Ook de regierol van de gemeentelijke organisatie is weer in ere hersteld. De samenwerking met maatschappelijke partners is hereikt en afgestemd op realistische doelen. De financiele situatie is zichtbaar gemaakt. Hopelijk is voldoende basis gelegd om Millingen aan de Rijn de komende jaren weer een gezonde financiele basis en, stedebouwkundig gezien, een echt hart te geven. De nieuwe gemeenteraad, de nieuwe burgemeester en de nieuwe wethouders wens ik daarbij alle wijsheid toe.

 

Naar een duurzame, betaalbare en
bij de tijdse sociale samenleving

Ons huidige sociale systeem bevat veel elementen waar je in dit tijdgewricht vraagtekens bij kunt zetten. Enerzijds vanuit het gezichtspunt van meer nadruk op individuele verantwoordelijkheid voor je eigen inkomsten. Anderzijds omdat we nu veel “sociaal” geld uitgeven voor zaken die nauwelijks als sociaal te bestempelen zijn. Iedereen kent de voorbeelden. Mensen met goed inkomen die kinderbijslag krijgen. Mensen met een goede pensioenregeling en/of met eigen vermogen die ook nog AOW krijgen. Mensen met goed inkomen die subsidie krijgen via renteaftrek voor hun woning. Allemaal onnodige uitgaven voor de staat. Maar voor al die uitgaven moet de staat wel miljarden aan belasting binnen zien te halen. Voor een deel bij de mensen die het geld vervolgens in een andere vorm terug krijgen. Zinloos rondpompen van geld dus.

Er valt veel om te buigen in deze sfeer. Maar hoe pak je het aan?

Als je als vertrekpunt neemt dat een ieder primair de verantwoordelijkheid heeft om voor eigen inkomsten te zorgen, dan is de startpositie: geen overheidsbijdrage voor wat dan ook.

Maar: we weten allemaal dat er groepen mensen zijn die voor levensonderhoud om de één of andere oorzaak ondersteuning behoeven. Het gaat dan om mensen die niet of een bepaalde periode niet of niet geheel kunnen voorzien in eigen behoefte (bijvoorbeeld ziekte, handicap, of werkeloosheid). Of omdat ze onvoldoende inkomsten hebben om in levensonderhoud van hun kinderen te voorzien.

Voor het verstrekken van de toekomstige inkomensaanvullingen zullen heldere criteria (wanneer kom je er voor in aanmerking, norminkomen) moeten worden vastgesteld. Bij de vaststelling van de normen moet rekening worden gehouden met reëel te achten kosten, passend in een beschaafde samenleving. Het gaat bijvoorbeeld om de kosten voor opvoeden van kinderen, inclusief kosten school, voor huur van een passende, eigentijdse woning, voor kosten van energie, en zo meer.

Als aanvragers van inkomensaanvulling voldoen aan criteria die zijn vastgesteld voor bijvoorbeeld inspanningen om zelf de inkomsten te verwerven, zal het verschil binnen de vastgestelde normen door de overheid worden bijgepast. Dat moet een recht zijn. Maar wel met de verplichting voor de ontvanger om, als je daar toe in staat bent, maximale inspanningen te verrichten gericht op het verwerven van eigen inkomsten (Behalve bij 65+).

In deze benadering worden afgeschaft: de nu geldende regelingen voor huursubsidie, kinderbijslag, studiefinanciering en AOW, alsmede de bekende aanrechtregeling. Deze worden vervangen door ondersteuningsregelingen (studie) en aanvullingsregelingen voor inkomens zoals hiervoor omschreven.

Nadere uitwerking:
• Iedereen met inkomsten moet deelnemen aan een pensioenregeling. De pensioenregeling wordt het basisinkomen van ouderen (dus niet meer de AOW)
• Er is een achtervang regeling voor mensen die geen of onvoldoende pensioen kunnen of hebben kunnen opbouwen. Voor ouderen boven de 65 wordt een normbedrag vastgesteld wat ze maximaal kunnen krijgen als ze geen of onvoldoende eigen inkomsten hebben. De uitgaven voor deze achtervangregeling zal een fractie zijn van de huidige AOW
• Ouders met onvoldoende inkomen kunnen een aanvulling op het inkomen krijgen zodat ook de kinderen van minder bedeelde ouders goed opgevoed kunnen worden
• Studenten kunnen gedurende een bepaald aantal jaren een leefbedrag lenen. Met een verplichting om deze terug te betalen. Hiervoor moet een slim systeem worden bedacht, bijvoorbeeld waar dat mogelijk is gekoppeld aan het belastingsysteem.

Bijkomende voordelen:
• De discussie over pensioenleeftijd wordt in een heel ander perspectief gezet. In de meeste gevallen kun je zelf bepalen wanneer je met pensioen gaat. Bij bepaling van eventuele aanvulling van pensioen door de overheid wordt uitgegaan van het bedrag dat je aan pensioen had kunnen opbouwen als je tot je 65e had doorgewerkt
• Aanmerkelijk lagere administratieve last voor de overheid
• Duurzaam betaalbaar
• Sociaal.

 

Toekomst

Ik zit weer eens op zolder tussen mijn verleden. Tussen de restanten van wat ik in pakweg 50 jaar verzameld heb. Een willekeurige verzameling relikwieën die relatie hebben met mijn zijn. Mijn vrouw vindt dat we af en toe op moeten ruimen. Op tijd klaar zijn voor als we nog eens kleiner gaan wonen.

Je komt allerhande zaken tegen waaraan je gehecht lijkt te zijn. Omdat je het een keer om wat voor reden hebt aangeschaft. Het zit nu in je geheugen en als je ogen het waarnemen verbeeld je je er gehecht aan te zijn. Sterker nog: het weg doen voelt als een stukje sterven. Je probeert de knop om te zetten en probeer je te verbeelden dat je het weliswaar in je bezit hebt, dat je er vaak nooit iets mee hebt gedaan. Je hebt het een keer om nu onduidelijke redenen aangeschaft of in je bezit gekregen. Soms impulsief gekocht vanwege een interesse in die tijd of zomaar. Of  je hebt het cadeau gekregen omdat een ander je iets wilde geven. Het niet weg willen doen is misschien een vorm van hebberigheid. Je vindt gevoelsmatig weer dat hebberigheid niet bij je hoort te passen. Rationeel weet je dat je al die zaken, als je er echt behoefte aan hebt, overal kunt inzien en je kunt het via internet mogelijk veel sneller kunt vinden dan op je eigen zolder. Maar omdat het toevallig op je zolder ligt denk je er aan gehecht te zijn. Tenminste als je er tussen gaat zitten en er in gaat rommelen.

Als je bezig bent passeert je hele verleden. Zie je waar je allemaal mee bezig bent geweest. Je frist, of je het wilt of niet, je geheugen op. Je beseft dat al dat verleden ten koste is gegaan van de toekomst. Dat er dus steeds minder toekomst over is. Bezig zijn met het verleden haalt weer tijd af van je toekomst. En wat heb je er aan? Al die boeken zijn geschreven in het verleden, nog verder van de toekomst verwijderd. Misschien leuk of interessant of geestontspannend, maar wel verledengericht. En het meeste is alleen belangrijk voor jezelf. Anderen zijn er niet in geïnteresseerd en als je er over gaat praten dan hoor je al snel: Opa vertelt... Als het zo ver is dan is er in je geest ook weinig ruimte meer voor toekomst. En ik ben nog jong genoeg voor een heel stuk toekomst. En als je dood gaat en je wordt verbrand dan gaan al die spullen zo ongeveer de zelfde weg. Laten we de volgorde dan maar een keer omdraaien. Opruimen dus maar. Cradle to cradle. Ruimte maken voor nieuw leven. Even doorbijten en dan zelf snel weer verder met de toekomst.

 

Drie maanden wethouder Millingen aan de Rijn

Door het vertrek van mijn voorganger ben ik in een “rijdende” trein gestapt. Nu, na twee maanden blijkt mij dat deze trein de laatste jaren niet soepel heeft gereden. De gemeenteraad had dat al onderkend. Dus is een meting van de bestuurskracht verricht, samen met de provincie. Conclusie: de ambtelijke motor is niet sterk genoeg om alle plannen van de gemeenteraad in beweging te krijgen. Vanaf 1 januari 2009 is voortvarend gestart met het ombouwen van de organisatie. De ambtelijke ondersteuning van Millingen wordt samengevoegd met die van de gemeente Groesbeek. Het tweede kwartaal 2009 is begonnen met proefdraaien. Op één juli 2009 is de ombouw van de gezamenlijk ambtelijke organisatie goeddeels afgerond. En dat biedt kansen om ook de Millingse trein weer in beweging te krijgen. Hoewel…

Millingen is, net als Lobith, gelegen op een punt waar de Rijn, dan wel één van de vertakkingen ervan, Nederland binnen komt. Met unieke uitzichten over de rivier en het rivierdal. In de verte de rijzende heuvels van Groesbeek en Beek-Ubbergen. Zo’n 15 km van Nijmegen.

Millingen behoort tot het zich vrij snel ontwikkelende KAN-gebied. Alleen gaan die ontwikkelingen goeddeels aan Millingen voorbij. Millingen, nu 5800 inwoners, ligt vrij ver uit het hart van het KAN-gebied. Er is geen grond beschikbaar voor wat grootschaliger bedrijvigheid en woningbouw. De veelheid aan natuurwaarden zoals in de Millingerwaard, staan die ontwikkelingen ook niet toe. De Rijn vormt een barrière naar het Noorden. Wonen over de grens is aanmerkelijk goedkoper. De wegenstructuur naar Duitsland en richting Nijmegen is niet berekend op grote transporten. Dichter bij Nijmegen zijn ook veel aantrekkelijke woonmogelijkheden beschikbaar.

Millingen heeft niettemin de afgelopen jaren heel wat nieuwe woningen gerealiseerd. Dit mede door het fraaie landelijke wonen in deze omgeving, maar ook deels vanwege gezinsverdunning. Aan de groei van het aantal woningen is nu bijna een einde gekomen. Mede door de kredietcrisis is de vraag naar woningen sneller afgenomen. Millingen behoort inmiddels tot de groep krimpgemeenten. Dat zijn gemeenten waar het aantal inwoners de komende 20 jaar naar alle waarschijnlijkheid zal teruglopen, mogelijk wel 20%. Door deze ontwikkelingen komen veel voorzieningen van Millingen onder druk te staan. Ook het budget dat de gemeentelijke overheid beschikbaar zal hebben voor ondersteuning en in stand houding van de voorzieningen zal verminderen. Voor het gemeentebestuur betekent het een herbezinning op alle lopende initiatieven. Maar ook nadenken over wenselijke structurele veranderingen om daarmee aansluiting te houden bij de naar verwachting sterk vergrijzende bevolking van de gemeente. Een dubbele opdracht: krimp en vergrijzing.

De kredietcrisis kwam voor Millingen net wat te vroeg. De afgelopen jaren zijn, al dan niet samen met de woningbouwstichting en met projectontwikkelaars, diverse plannen bedacht om plekken in het centrumgebied her te ontwikkelen. Dure woningen voor nieuwe inwoners moesten die plannen voor een belangrijk deel dragen. Omdat de vraag naar duurdere woningen sterk is afgenomen stagneren de plannen. Het heeft er al toe geleid dat de gemeenteraad eind mei 2009 onder het plan voor 142 deels koopwoningen op de huidige sportterreinen een streep heeft gezet. Ontwikkelaars en de woningbouwstichting zijn ook huiverig om te starten met koopwoningen in andere plannen. Bij de woningbouwvereniging stagneert de verkoop van bestaande woningen. Met het geld van de verkoop wilde de stichting verdere nieuwbouw van sociale huurwoningen financieren.

Voor mij reden om de hele voorraad plannen binnen de gemeente voor nieuwe woningen en voorzieningen nader te laten analyseren. Met name op realiteitswaarde in het huidige tijdsgewricht, op afhankelijkheid van andere plannen en daarmee dus op realiseerbaarheid. Ook de financiële invloed op de gemeentebegroting wordt daarbij bezien. De gemeenteraad zal de ambities helaas behoorlijk moeten bijstellen, ook al omdat de reservepositie niet zo sterk is. Het lijkt een somber verhaal, maar levert wel energie op om aan de slag te gaan. Met beide benen op de grond en binnen de krappe marges. Samen met de gemeenteraad, met de zorgaanbieder in Millingen, met de woningbouwstichting en met een enkele projectontwikkelaar die bereid is te investeren in duurzame oplossingen. Oplossingen waardoor het in Millingen goed wonen blijft. Met een gerenoveerd sportpark, met voldoende winkels, met een aantrekkelijk centrum, met een goed aanbod aan zorgvoorzieningen en ook met een bruisend kulturhus in het centrum van het dorp. Hopelijk zijn rijk en provincie bereid om daarbij voldoende financiële steun te leveren, want zonder die steun zal het heel moeilijk zijn.

 

Bericht uit De Gelderlander

 

MILLINGEN - PvdA’er Henk Boogaard uit Vorden wordt wethouder in de gemeente Millingen aan de Rijn. Hij is de opvolger van partijgenoot Jan Blom, die het wethouderschap verruilt voor een baan bij de Koninklijke Marechaussee. Boogaard is dinsdag 31 maart benoemt en in de raadsvergadering van 27 april 2009 geïnstalleerd.

Civiel planoloog Boogaard (59) was van 1986 tot 1990 wethouder in de gemeente Delft. In de gemeente Vorden bekleedde hij dat ambt tussen 1998 en 2004. Toen die gemeente opging in de gemeente Bronckhorst, werd hij daar raadslid. Boogaard heeft een eigen adviesbureau op het gebied van bestuur en milieu. 27 maart 2009.

 

Sperwer

sperwer

Regelmatig komt de Sperwer langs. Hele winter vogels bijgevoerd. Sperwer komt ze nu één voor één oppeuzelen. Meer foto's van sperwer en een koperwiek: klik hier.

 

Zorg(elijk)

Ik erger me al jaren omdat mijn partij, de PvdA, geen gemeenschappelijke visie meer heeft op hoe we met maatschappelijke essentiële functies moeten omgaan en hoe we ze moeten aansturen. We zijn met paars behoorlijk de fout in gegaan, en er zijn in en ook na die periode veel zaken geprivatiseerd die daarvoor niet geschikt zijn. Niet geschikt omdat het gaat om zaken die fundamenteel zijn voor het functioneren van onze samenleving. Zaken waarvan eigendom en regie in handen van de overheid zouden moeten zijn. Althans in een sociaal democratische samenleving. Voor wat geld heeft de overheid essentiële voorzieningen en ook de zeggenschap weggegeven. Nadat de overheidscontrole voor een belangrijk deel is weggevallen en deels is vervangen door toezicht door commissarissen, zijn ongecontroleerde schaalvergrotingsprocessen op gang gekomen. Directeuren hadden daarbij ook een groot eigenbelang: kregen ze na een fusie geen nieuwe functie dan ontvingen ze een mooi afscheidscadeau in de vorm van een zak geld. De managers die bleven bedeelden zichzelf met ongepast hoge salarissen en bonussen. Commissarissen dito. Zijn er aandeelhouders in het spel dan is er nog maar één beoordelingscriterium: winst. Iedereen zwicht(te) voor het grote geld. Veel van die grootschalige fusies hebben in het geheel geen voordeel voor gebruikers en cliënten opgeleverd. Wel veel kafka-achtige ergernissen. Enige schaalvergroting is soms wenselijk vanwege efficiency bij werkprocessen, en je kunt via strategische samenwerking vaak voldoende andere schaalvoordelen bereiken, maar dit terzijde. De grote maatschappelijke schade is aangericht. Enkele partijgenoten voeren in de Kamer af en toe nog een achterhoede gevechtje. Of ze laten zien dat ze totaal geen invloed meer hebben, bijvoorbeeld via discussies over beloning of bij discussies over schaalvergroting bij energiebedrijven. Waar nog overheidsaandeelhouders zijn blijken deze, door de inmiddels ontstane schaalgrootte van die organisaties, nauwelijks meer invloed te hebben. Directie en commissarissen bedisselen alles.

De huidige crisis is, zo kunnen we in vele analyses lezen, mede veroorzaakt doordat door de schaalvergrotingen op financieel en op ander gebied niemand meer goed zicht had op het geheel. Vanuit algemeen belang kon/kan niet meer worden ingegrepen. Overal zag en zie je het ongeremde grote graaien, al dan niet via bonusregelingen: bij energiebedrijven, bij banken, bij zorgverzekeraars, bij woningcorporaties, bij telecomaanbieders, bij kabelaars, bij de post en nu ook in de zorg. Het zijn allemaal maatschappelijke kankergezwellen geworden die de hele maatschappij dreigen te ontwrichten. Maar wat nog erger is: iedereen lijkt het zicht kwijt op de maatschappelijke taak die de betreffende organisatie heeft. Niemand lijkt de bevoegdheid te hebben om te controleren en te corrigeren. De mens als centraal doel voor de dienstverlening is geheel uit het oog verloren. De mens is een ontzield object geworden. Het baart mij allemaal grote zorgen. Het wordt weer tijd voor een grote maatschappelijk correctie door de overheid. Maar of Bos in staat is om daar richting aan te geven??? Ik hoop het wel maar ik moet het eerst zien. Vooralsnog zijn we alleen maar bezig om met veel overheidsgeld de schade die ontstaan is door roekeloos gedrag van directeuren, commissarissen en aandeelhouders een beetje te repareren. Maar als we de structuur niet ingrijpend veranderen dan bereiden we ons voor op de volgende crisis.

Lokaal hebben we op zorggebied te maken met Meavita een mammoetorganisatie waarin Sensire is opgegaan. Sensire behoort de steun en toeverlaat voor onze zorgbehoevende inwoners te zijn. Maar ook hier zijn directie en bestuur de weg kwijt geraakt. De overheden stonden er bij en keken er naar. De reus Meavita zit financieel aan de grond en ligt aan een infuus. Als het gaat om zorg denk ik dat onze gemeente Bronckhorst Meavita / Sensire het beste de deur uit kan doen en dat we ons het beste kunnen richten op het stimuleren van buurtzorgorganisaties. Medewerkers die nu zielsongelukkig zijn bij Meavita kunnen dan naar die organisaties overstappen en weer plezier in hun werk krijgen. Onze lokale PvdA zou dat als speerpunt van beleid moeten verheffen. Het gaat om mensen, het hoofdthema van ons huidige PvdA-verkiezingsprogramma. Zou de ommekeer kunnen beginnen bij Zorg?

 

Waarheidsvinding

Schepping, Holocaust, Irak, Geweld
Bonussen, Crisis, waarde van geld
Knevel, Williamson, JP, Davids
Ouders, 1400 leugens, onze opvoedkundige gids
Waarheidsvinding of waarheidsontbinding?

 

20 januari 2009: er is weer hoop

 

Haagse normen en waarden

Politiek, aanzien, vertrouwen
Mensen, gezag, toekomst bouwen
Tweede Kamer, spelletjes, gebral
Vrijheid of moreel verval?

 

Winter op Hackfort

Schaatsen

Schaatsen op de Veengoot.
Achergrond: boerderij Het Wonnink


carbid

Op vele plaatsen in de Achterhoek en ook in vorden wordt oud jaar uitgeluid met carbidbussen: oude melkbussen worden gevuld met een beedje carbid. Dan wordt de deksel er stevig op geslagen of wordt er een bal in de opening gestopt. Vervolgens wordt de bus van onderen verhit en dan volgt een daverende knal waarbij deksel of bal ver weg worden geslingerd.

 

Op devalreep van 2008 ijspret in Vorden

ijspretvorden

Enkele dagen vorst, 31 december 2008 - 9° C.

 

Herfst op hackfort

HetWonnink

meer foto's

 

Normen en waarden

Vertrouwen, hebzucht, manipuleren
Bonusgeile moraalloze graaiende hoge heren
Bush, marionet van het kwade
Duurzame maatschappelijke en morele schade

 

Schaapskudde in Bronckhorst

schaapskudde      schaapskudde2

schaapskudde3

Langs de Veengoot

 

moed moet

Zon, wind, waterstromen
eb en vloed
Oneindig komt deze energie
ons dagelijks tegemoet
Verwoestend of duurzaam
meestal in overvloed
Edoch
vangen vraagt bestuurlijke moed

 

Bronckhorst

Op weg naar een levend cultuurmuseum

Net als vrijwel iedere gemeente in Nederland, heeft ook Bronckhorst zichzelf de vraag gesteld: in welke richting willen wij ons de komende decennia ontwikkelen? Hoe zal dit gebied er in 2030 uitzien, en welke knoppen moet het gemeentebestuur omzetten om bij de tijd te blijven?  Dit zijn geen gemakkelijke vragen in een gebied dat wat achteraf ligt, een minder dan gemiddelde grondslag heeft en, waarschijnlijk in samenhang daarmee, ook weinig inwoners heeft.
De gemeente is gestart met een omvangrijk project om te weten te komen hoe de inwoners van Bronckhorst daarover denken. Ik ben benieuwd of er uit dat project nieuwe en realistische ideeën naar voren komen. Doen we, net als in het verleden, op ons Achterhoekse tempo en schaal mee met de economische schommelingen in de rest van het land, of lukt het ons om een ingrijpende vernieuwingsslag te maken?


We leven in een heel mooi stukje Nederland, dat de afgelopen decennia door mensenhanden is vormgegeven. De Achterhoek, en daarbinnen onze gemeente Bronckhorst, zijn in het verleden vanuit uitgestrekte natuurgebieden een grotendeels agrarisch productiegebied geworden. De boerderijen van kleine zelfstandige ondernemers zijn tekenend voor het gevarieerde landschap. Er zijn veel slimmigheden terug te vinden, manieren om maximaal te profiteren van wat de plaatselijke natuur ons bood. Hoewel er enige armoede was in het gebied, is het redelijk goed gegaan.

 

landschapBronckhorst

Dit veranderde toen de voortgaande industriële, en later ook de ICT-revolutie, zorgde voor nieuwe inzichten. Ons productiegebied werd gezien als niet meer bijdetijds. Er was op veel bedrijven geen droog brood meer te verdienen. Ze waren klein, ouderwets en slecht bereikbaar. Het land was slecht verkaveld, was te nat en te droog en was bovendien niet erg vruchtbaar. We hebben het toen een poosje geprobeerd met het houden van veel varkens en kippen, maar dat bleek niet al te best te zijn voor het milieu.
Nu is ons gebied ontdekt als een rustplaats voor rijkere ouderen en wordt het een ‘slaapstad’ voor wie het kan betalen. De economische activiteit draait in belangrijke mate op zelfvoorziening. Exporteren doen we weinig. In rap tempo is de symbiose  tussen bedrijfjes en natuur verdwenen. Met allerlei initiatieven wordt geprobeerd om landschapselementen, die eigenlijk voor de mens geen nut meer hebben, te behouden. Niet uit economische noodzaak, maar meer uit nostalgie. We koesteren het verleden, en koersen daarmee, of we het willen of niet, langzaam in de richting van een levend cultuurmuseum.
Laten we reëel zijn: ons gebied is arm aan economische potenties. Er zijn geen grondstoffen, de grond is onvoldoende vruchtbaar, er is weinig kennispotentieel, geen mensenpotentieel, geen achterland. Als we de geografen moeten geloven, zal ons inwonertal de komende tijd verouderen en vervolgens sterk afnemen.  Maar ondanks dat alles, hebben we wel potentieel: onze grotendeels ongeschonden cultuurhistorie.
Hoewel het ‘levende cultuurmuseum’ in eerste instantie een schrikbeeld lijkt, is dit misschien wel onze grootste kans voor de toekomst. Als we dat schrikbeeld nou eens laten varen, en de kans grijpen?  We kunnen ons verder richten op activiteiten die goed inpasbaar zijn in ons rijke culturele landschap en daarmee voortborduren op ontwikkelingen die al zijn gestart.  Er zijn naast de bedrijvigheid die er al is, vele nieuwe mogelijkheden. Zo is er zeker ruimte voor wat meer activiteiten met paarden, skeelers en bezigheden in de natuur. Ook is er ruimte voor het houden van wat meer exotische diersoorten. Wellicht ontstaan er op kleine schaal initiatieven op het gebied van biologische tuinbouw en fruitbomen. Ook biobrandstof en exploiteren van andere vormen van milieuvriendelijke energieopwekking op beperkte schaal bieden wellicht mogelijkheden. Leegkomende gebouwen kunnen worden gebruikt voor wonen en/of voor kleine (startende) bedrijven. ICT biedt voor hen ruime mogelijkheden. Ook liggen er kansen op het gebied van zorg, zowel voor ouderen als voor gehandicapten.
De Achterhoek, en Bronckhorst in het bijzonder, zal geen tweede Silicon Valley worden, maar er zijn mogelijkheden. Laten we die potenties van onze leefomgeving koesteren.
24 mei 2008 Henk Boogaard

 

 

Herman en zijn watertoren

 

6 mei 2008. Ik sta bovenop de watertoren van Delft.

watertorenDelft

Het is bijzonder mooi weer. Prachtig uitzicht op de Prinsenstad met de markante torens van de oude en nieuwe kerk. Maar ook de nieuwe skyline van Den Haag is goed te zien. Delft de stad waar ik 25 jaar met heel veel plezier heb gewoond, de stad waar ik 12 jaar deel heb mogen uitmaken van het gemeentebestuur, de stad waarvan ik ereburger mag zijn.

De Watertoren is een beetje van Herman, heb ik zojuist gehoord. Herman heeft er jaren gewerkt. Tot de toren niet meer nodig was. Herman is altijd bij het waterleidingbedrijf gebleven. Ook toen de gemeente Delft het beheer over deed aan het energiebedrijf Delfland. Via de partij en via het waterleidingbedrijf heb ik hem leren kennen. Hart voor zaak, hart voor de medemens en bovenal hart voor zijn familie. Zijn hele leven vanuit sociale gedrevenheid actief. Voor zijn bedrijf Delfland, voor de partij, voor de sociale volkshuisvesting, voor de vakbond en voor het buurtwerk. Met uitgesproken meningen en altijd vol de discussie ingaand. Met Herman er bij was het nooit saai. De gemeente Delft heeft als zijn maatschappelijke inzet beloond met de gemeentepenning van Delft.

Eens heb ik zijn camper, met de toepasselijke naam “De Prinsenhof” overgenomen. Een oude Amerikaanse schoolbus. Had hij in zijn vrije tijd samen met vrienden omgebouwd tot volwaardige camper. Hij heeft er heel veel afgedankte spullen van Energie- en waterbedrijf Delfland in verwerkt. Toen zijn kinderen groot waren wilde hij iets kleiners. Wij hebben met de camper van Herman vele jaren heel fijne reizen gemaakt. De camper is een blijvende herinnering aan Herman.

Prinsenhofcamper

 

De watertoren heeft een nieuwe bestemming. Hij is omgebouwd tot een centrum voor bezinning en therapie: http://www.dewatertoren-delft.nl Een mooie plek om van Herman afscheid te nemen. Deze toren zal de skyline van Delft nog lang mede blijven bepalen. Herman is er niet meer. 29 april heeft hij afscheid genomen van zijn familie en is zijn leven beëindigd. Voor zijn familie zal de watertoren van Delft een blijvend aandenken zijn.

 

Sibbe

Toen ik de hoek om kwam van de Eldersmaat wist ik het al. Rood autootje en achterklep open. Dat moest hij zijn. Toen ik dichterbij kwam zag ik hem zitten. Achterover leunend op een bankje van Natuurmonumenten, beide benen recht vooruit.

Bankje Sibbe

Prachtig weer, zei ik. De lente is begonnen.
Ja zei hij. Ik ben een vriend verloren. Ik kwam hem hier altijd tegen. Een oudere man met een zwarte hond. Als ik hem zag maakten we een praatje. Hij wist zoveel over deze omgeving en over alle gewassen op het land. Heel aardige man. We waren vrienden geworden. Hij is een poosje geleden doodgereden. Weet u waar het was? Ik mis hem heel erg.
Hoe is het mogelijk hè. Vroeg in de ochtend en verder niemand op de weg.
Weet u hoe het gebeurd is? Ach, vast zitten prutsen aan apparatuur die tegenwoordig in auto’s zit. Of in slaap gevallen. Heeft u nog gehoord hoe het met zijn hond is?

Ik kan maar een klein stukje lopen. Ben zonder benen geboren. Heb protheses gekregen. Maar het loopt moeilijk omdat ik ook geen knieën heb. Een paar honderd meter loop ik hier. Meer kan ik niet. Hier is het rustig en kan ik op de weg lopen. Mijn beenstompjes gaan steeds kapot van die protheses. Dat gaat dan ontsteken en dan kan ik weer een poosje niet lopen. Gelukkig heb ik mijn autootje. Dan kan ik nog eens ergens naar toe gaan.

Het gaat verder ook niet zo goed met mij. Mijn darmen werken niet meer goed. En er is ook iets met mijn lever en mijn alvleesklier. Meneer, ik ben nu 77 en het zal wel niet zo lang meer duren. Ik heb een rotleven gehad. Mijn familie komt uit Zeeland, maar ik ben in Delft geboren. Heb daarna op veel plaatsen in het land gewoond. Nu woon ik in een aanleunwoning in Warnsveld. Daar is ook weinig te beleven. Ik ben een eenzame man. Fijn dat u zo met mij heeft gepraat.

 

Windmolens en CO2

 

Over het nut van windmolens doen veel verhalen de ronde. De discussie heeft voor velen als achtergrond dat je ze ziet. En als je ze niet mooi vindt is er een probleem. Molens moeten letterlijk hun nek uitsteken om nuttig te zijn. Ze moeten hoog boven bebouwing en begroeiing uitsteken. Daarmee worden ze dominant in het landschap.

 

Waarom zijn windmolens nuttig. En zijn er niet voldoende alternatieven?

Windmolens worden vaak in één adem genoemd met CO2. Dat vraagt enige toelichting. CO2 wordt gezien als belangrijkste beïnvloeder van ons klimaat. Als er meer van in de luchtlagen om onze aarde aanwezig is werkt dit als een bijzonder soort isolerende laag. De zonnewarmte komt er makkelijk doorheen, maar als de warmte binnen is kan het minder makkelijk weg. En hoe meer er aanwezig is hoe meer de warmte wordt vastgehouden met als gevolg dat de temperatuur op onze aardoppervlakte langzaam omhoog gaat. Rond de evenaar wordt het steeds warmer, en de warmte gaat richting noord- en zuidpool, via de lucht en via het water / oceanen. Gevolg: poolkappen smelten. Bij ons wordt het warmer. Dat is nu gaande. Wij kunnen bijvoorbeeld bijna nooit meer schaatsen op natuurijs.

 

Is het erg?

Die beoordeling is subjectief. Er zal wel weer een nieuw evenwicht ontstaan, of het klimaat blijft voortdurend aan het veranderen en ook het leven op aarde zal zich daar aan aanpassen. En mensen zullen zich wat moeten gaan verplaatsen omdat sommige gebieden te warm zullen worden. Woestijnen zullen zich wat uitbreiden. En misschien hebben we straks niet meer genoeg eten voor de wereldbevolking.

 

Heeft de mens veel invloed op dit proces?

Dat is moeilijk te zeggen. De natuur heeft zo haar eigen dynamiek. En de invloed hangt ook af van de mate waarin wij processen weten te beïnvloeden. De aanwezigheid van een paar mensen zal weinig invloed hebben. Maar een aantal miljarden die ook nog eens veel energie nodig hebben blijkt een niet te verwaarlozen factor te zijn. Met al onze technieken blijken wij in staat een gigantische hoeveelheid energie te gebruiken. En we zijn heel druk met het "verbouwen" van alles wat leeft en bloeit op onze aarde. Soms op grote schaal, bijvoorbeeld de kap van regenwouden en het platbranden van grote gebieden ten behoeve van de landbouw. Woningbouw, wegen, industrieterreinen en zo meer vragen ook een steeds grotere oppervlakte. De hoeveelheid groen neemt daardoor af. En dat is van belang voor het CO2 verhaal. Een paar procent meer of minder CO2 heeft ingrijpende gevolgen voor onze leefomgeving.

 

CO2

Op onze aarde is een zekere hoeveelheid CO2 aanwezig, zowel vastgelegd in organische stoffen als in de vorm van gas in onze atmosfeer. Al het groen eet onder invloed van de zon elke dag weer een grote hoeveelheid CO2 uit onze lucht op en zet het om in organisch materiaal. Dat proces beinvloed de hoeveelheid CO2 in onze aardse luchtlaag. De hoeveelheid neemt daardoor af en als er verder niets gebeurt zal de aarde kouder worden omdat de CO2 deken dunner wordt. Daardoor kan er een ijstijd ontstaan.

Organisch materiaal wordt ook op allerlei manieren afgebroken en daardoor komt er weer CO2 terug in de dampkring. Wetenschappers hebben een koudeperiode onderzocht die ontstond na een pestepidemie. Een groot deel van de bevolking ging dood. Het gevolg was dat de natuur weer veel extra ruimte kreeg (de akkers bijvoorbeeld werden teruggenomen door de natuur en er werd veel minder hout verstookt). Gevolg: ietsminder CO2 en daardoor koelde de aarde in korte periode behoorlijk af.

De natuur heeft in het verleden ook veel CO2 in onze aarde opgeslagen in de vorm van turf, bruinkool, steenkool, olie en gas. Deze opslag heeft er waarschijnlijk mede toe geleid dat we nu een dampkring hebben waarin het leven dat zich nu manifesteert mogelijk is.

 

De CO2 balans in onze dampkring en de invloed van de huidige mens daarop.

De hoeveelheid CO2 in onze dampkring is zeer bepalend voor de temperatuur op aarde. Zoals hierboven gemeld beïnvloedt de mens deze hoeveelheid op verschillende manieren. Helaas leiden de belangrijkste invloeden tot een te grote toename van de hoeveelheid CO2 in onze atmosfeer:

- Vermindering van de hoeveelheid groen op aarde leidt tot minder opname van CO2 door planten.

- Gebruik van kolen, olie en dergelijke uit de opslag van de aarde voegt CO2 toe aan de dampkring. Bovendien komt bij de verbranding overal energie vrij die ook nog een een kleine bijdrage levert aan de opwarming.

- Door vers groen minder te bewaren in de ondergrond maar meteen weer als brandstof te gebruiken komt de recent gebonden CO2 versneld weer vrij.

Deze 3 processen zijn meer en meer zichtbaar in de vorm van opwarming van de aarde.

 

Wat kunnen we daar aan doen?

De belangrijkste mogelijkheden zijn:

1. Zo weinig mogelijk CO2 toevoegen aan de dampkring en zorgen dat de hoeveelheid plantengroen weer toeneemt: meer aanplant, minder kap.

2. Energiegebruik gebaseerd op opgeslagen organisch materiaal zal op wereldschaal beperkt moeten worden. Wij, in de westerse situatie zullen ons gebruik drastisch moeten terugbrengen (minder, efficiënter). En de nieuwe economieen zullen hun ontwikkeling bij voorkeur moeten richten op een laag energieniveau.

3. Er zal op grote schaal gewerkt moeten worden aan realisering / operationeel maken van CO2-vrije energiebronnen.

Uiteindelijk zal dit moeten leiden tot een evenwichtssituatie waarin het CO2-gehalte in onze dampkring op het juiste niveau komt. En nagenoeg niet aan door mensen veroorzaakte schommelingen onderhevig zal zijn.

Alternatieve energie zoals energie gevangen met windmolens, zonne-energie, waterenergie (witte steenkool, getijdenenergie, watermolenenergie) en energie beschikbaar gemaakt via warmtepompen behoren tot de derde categorie maatregelen. Deze leveren ons goed bruikbare energie, maar er ontstaat daarbij geen CO2. Ook kernenergie levert geen bijdrage aan verhoging van CO2, maar daar kleven andere bezwaren aan.

Uit oogpunt van voorkomen van opwarming van de aarde heeft alternatieve energie ten opzichte van zogenaamde biobrandstoffen (brandstof uit jong organisch materiaal) een groot voordeel. Bij biobrandstoffen is de CO2-balans, gezien over een relatief korte perioden, nagenoeg 0. Ten opzichte van brandstoffen als kolen en olie heeft alternatieve energie een dubbel voordeel: naast het gegeven dat er tijdens de productie geen CO2 ontstaat wordt tevens voorkomen dat CO2 uit brandstoffen vrij komt. Met windmolens en zonneenergie en dergelijke wordt daardoor een grote bijdrage geleverd aan vermindering van CO2. En daarmee aan afremming van de opwarming van de aarde.

Om de CO2-sitatie in onze dampkring weer in een goed evenwicht te krijgen zal een zeer grote inspanning noodzakelijk zijn. Elke mogelijkheid, hoe klein ook, moeten we daarbij aangrijpen. En windmolens zijn daar in onze gebieden de meest efficiente optie voor. Of je ze nou mooi vindt of niet.

 

 

Geen windmolens in Bronckhorst?

 

De gemeenteraad van onze gemeente Bronckhorst heeft op 31 januari 2008 gesproken over de vraag of er grote windmolens in Bronckhorst mogen worden geplaatst. Het gebied bij Rha en de Bakerwaard zijn volgens een studie die is uitgevoerd door de Regio Achterhoek in onze regio het meest geschikt. Elke molen kan ongeveer 1000 woningen voorzien van duurzame elektriciteit. De molens zijn tot ca 140 m hoog.

windmolen1

Hoewel er ook nadelen zijn verbonden aan dergelijk objecten zoals volgens sommigen de aanblik (zie foto's; ik vind ze gewoon mooi en goed passen in het landschap) en de mogelijke impact op de natuurlijke omgeving (bijvoorbeeld bij plaatsing in vogeltrekroutes) slaat de afweging bij mij door naar wel plaatsen. Dat heb ik ook naar voren gebracht in de gemeenteraad, ook namens 3 anderen van de 5 aanwezige fractieleden. De kaarten bleken al geschud voordat de discussie in de raad begon. Het was dus vechten tegen windmolens.

Ik vind dat we de milieugevolgen van ons energiegebruik niet mogen ontkennen. De energieconsumptie zal de komende jaren door de snelle opkomst van meerder economieën (Bijvoorbeeld China en Oost Europese landen) nog sterk stijgen. We gebruiken nu al veel te veel CO2 producerende energiebronnen. Biobrandstof is daardoor geen echt alternatief omdat het geen CO2-reductie oplevert. Iedereen, en dus ook wij zullen ons maximaal moeten inspannen om ons eigen gebruik terug te dringen en om duurzame alternatieven te gebruiken. Die dienen zich steeds meer aan. Van een beetje duurzaam tot heel duurzaam. Elk alternatief heeft in meerdere of mindere mate milieugevolgen.

windmolen3

Kijken we naar windenergie, opgewekt met moderne grote molens, dan blijkt die verhoudingsgewijze redelijk goedkoop. De molen heeft als belangrijkste nadeel dat hij zichtbaar is. En je moet ze niet plaatsen in vogeltrekgebieden. Maar verder zijn ze heel duurzaam en milieuvriendelijk. Aan het einde van hun levensduur breek je molens af en kun je de meeste onderdelen en materialen hergebruiken. En wat het belangrijkste is: het is CO2-vrije energie. Een beetje molen kan al snel 1000 woningen van elektriciteit voorzien. En windenergie is in ons land veel rendabeler dan met zonnecellen opgewekte energie.

Windmolens moet je ergens neerzetten. Bij voorkeur in winderige gebieden op land. Er worden ook al parken in zee gebouwd. Die leveren eveneens een belangrijk aandeel aan de opbrengst van windenerie. De bouw van molens in zee is echter aanmerkelijk kostbaarder dan op land waardoor landmolens rendabeler zijn dan op zee geplaatste molens, ondanks dat ze minder opbrengen. Plaatsing in de Achterhoek biedt agrarische bedrijven nog een onverwacht perspectief: ze kunnen de rentabiliteit van de bedrijven vergroten. En dat kan weer een belangrijke bijdrage leveren aan de in stand houding van ons mooie landschap. Door die extra inkomsten kunnen de boeren blijven boeren en ons mooie landschap zonder subsidie onderhouden. Indirecte vergroting van de rentabiliteit. Een onverwachte bijdrage aan goed rentmeesterschap.

windmolen2

Sommige kansen komen letterlijk aanwaaien. En een oud gezegde luidt: "de hemel geeft, wie vangt die heeft". Maar je moet dan wel willen vangen en de bouw van molens mogelijk maken.

Een meerderheid van onze raad, de voltallige CDA-fractie (10 leden), 2 leden van de PvdA, één lid van de VVD en de voltallige fractie van D’66 (1 lid) zien januari 2008 geen heil in deze schone energiebron. In mijn ogen een driedubbel gemiste kans. Het is niet anders. Ook dit hoort bij democratie. Maar het stelt mij wel erg teleur.

Ik ben wel benieuwd naar hun alternatieven.

 

Harmen is dood.

Harmen. Die naam zegt je waarschijnlijk niets.
Op ons landgoed Hackfort wandel ik veel met onze honden. Hoewel je er door de weeks weinig mensen tegen komt zijn er wel een paar die tot de vaste kern zijn gaan behoren. Je krijgt met hen een bepaalde verstandhouding. Ze horen er bij. Kom je ze niet tegen dan mis je ze. Je groet elkaar, maakt soms een praatje over het weer of de honden. Sommigen van hen hebben een redelijk vast patroon. Zo ook Harmen, ongetrouwde boerenknecht die nu in het ons dorp woont. Zijn kleding heeft hij nog niet aangepast. Valige oude broek en dito colbert en een pet met een klep. De mode is volledig aan hem voorbij gegaan. Kennelijk is hij er op gewezen dat hij in de grijzige kleren bij donker en bij mist niet zo goed te zien is, want enige tijd had hij zowaar een oranje hesje aan. Niet altijd. Een praatje maken gaat voor een niet achterhoeker met hem nogal moeilijk. Alleen dialect, tandloze mond, binnensmonds pratend en vaak ook nog een bruinige sigaret hangend in de mondhoek.
Enkele malen per dag loopt hij met zijn zwarte oude hond een rondje. Nou ja, loopt, het is meer slenteren. Hij heeft alle tijd van de wereld. Stukje lopen hond wat laten snuffelen, de omgeving verkennen, sigaretje opsteken. Zo schuifelt hij voort.  Wie regelmatig over de Rondweg van Vorden rijdt heeft hem vast wel eens gezien. Als je hem ziet dan lijkt het of hij zo uit één van de verhalen van Geert Mak is gestapt. Zijn verschijning roept het beeld op van een handwerkende boerenknecht op de akker. Licht gebogen door de zware arbeid die zijn lichaam en vooral zijn rug heeft gegeseld.

Harmen1

De Eldersmaat, deel van rondje dat Harmen dagelijks meerdere malen loopt

11 januari. Ik lig nog te slapen. Opeens word ik opgeschrikt door geluiden, onder andere van sirenes. Het geluid komt een aantal malen terug. Ik zak weer in slaap. De volgende dag kijk ik uit nieuwsgierigheid op de site www.112ijsselstreek.nl: “Man gewond bij aanrijding Rondweg Vorden. De Vordenaar stak vrijdagochtend rond tien voor zeven de rondweg over toen hij zijn hond aan het uitlaten was. De man en de hond werden aangereden door een automobiliste. De vrouw hoorde plotseling in harde knal. Ze stopte en zag de hond en de man in de berm liggen en waarschuwde de hulpdiensten. Met de traumahelikopter wordt hij met spoed naar het ziekenhuis in Enschede gebracht. Het gaat om een Vordenaar op leeftijd. Dierenambulance heeft zich over de hond ontfermd”.

Harmen3

Wie zou het zijn? Welke Vordenaar op leeftijd loop al voor 7 uur in het donker met zijn hond te wandelen. Je laat alle bekende hondenbezitters aan je geest voorbij trekken je gedachten komen steeds uit bij Harmen. Anderen bevestigen dit later. Een paar dagen later lees ik in de Stentor: Vordenaar overleden na aanrijding. Er staat een overlijdensadvertentie. “Na een noodlottig ongeval is onze broer, zwager en oom van ons heengegaan.”

Harmen 2

Harmen is dood. Net 73 jaar. Over en uit.

Hoe zou het met zijn hond zijn?

 

 

Bronckhorst in de winter

kerst2008

Zicht op de IJssel

 

kerst2008-2

Coulisselandschap